1994

Zonder te morsen giet je in een constante stroom van flinke hoogte suiker op een weegschaal. Om uiteindelijk precies één kilo suiker in de weegschaal te krijgen, moet je stoppen met gieten wanneer:

a. de weegschaal 1 kilo aanwijst.
b. de weegschaal minder dan 1 kilo aanwijst.
c. de weegschaal meer dan 1 kilo aanwijst.

oplossing

Je organiseert een etentje met tien stellen, elk bestaand uit een man en een vrouw. Vrouwen en mannen moeten om en om zitten en partners worden bovendien uit elkaar gezet. Hoeveel tafelschikkingen zijn er mogelijk?

a. Minder dan 3120
b. 3120
c. Meer dan 3120

oplossing

1995

Volgens Celsius bevriest water bij 0 graden. Volgens Fahrenheit bij +32 graden. Volgens welk systeem zou je het het koudst hebben bij -40 graden?

a. -40 graden Fahrenheit
b. -40 graden Celsius
c. Maakt geen verschil.

oplossing

Welke wiskundig belangrijke ontdekking deden bewoners van India ca. 1500 jaar geleden.

a. Ze ontdekten het getal pi.
b. Ze ontdekten het getal nul.
c. Ze ontdekten het getal e.

oplossing

Je hebt 9 zakken met elk 1000 munten en een gewone weegschaal. In één zak zitten uitsluitend valse munten van 9 gram. De andere zakken bevatten echte munten van 10 gram. Hoeveel keer moet je minstens wegen om de zak met valse munten eruit halen?

a. 1 keer
b. 4 keer
c. 9 keer

oplossing

De Nationale Wetenschapsquiz leverde vorig jaar zes finalisten op. De notaris begon met het trekken van de derde prijs. Volgens een krant zou het eerlijker geweest zijn om bij de trekking met de eerste prijs te beginnen. Klopt dit?

a. Ja, de notaris had met de eerste prijs moeten beginnen.
b. Nee, beginnen met de derde prijs is de enige eerlijke manier.
c. Het maakt geen verschil, in beide gevallen is de kans op de eerste prijs even groot.

oplossing

1996

Als je aanneemt dat bij de geboorte van een kind de kans op een jongen of een meisje voor elk vijftig procent is, hoe groot is dan de kans dat een echtpaar met vier kinderen twee jongens en twee meisjes heeft?

a. 1/2.
b. 1/4.
c. 3/8.

oplossing

Een boekenworm wil zich langs de kortste weg door een naslagwerk van drie delen heen vreten. De drie delen, elk met een binnenwerk van 8 centimeter en een kartonnen omslag van 1 centimeter aan elke kant, staan in de gebruikelijke volgorde op een boekenplank. De worm begint te knabbelen bij de voorkant van deel I. Hoeveel centimeter papier en karton heeft hij verslonden als hij bij de achterkant van deel III is aangekomen?

a. 30 centimeter.
b. 20 centimeter.
c. 10 centimeter.

oplossing

Stel: je wilt weten hoeveel schoolgaande kinderen er gemiddeld per gezin zijn. Daartoe neem je een grote steekproef onder schoolkinderen en vraagt hen hoeveel schoolgaande broertjes en zusjes zij hebben. Op basis daarvan bepaal je het gemiddelde aantal schoolgaande kinderen per gezin. Is dit een goede aanpak?

a. Ja, zo krijg je een juiste schatting van het gemiddelde aantal kinderen per gezin.
b. Nee, zo krijg je een te lage schatting.
c. Nee, zo krijg je een te hoge schatting.

oplossing

Een kogelrond broodje wordt in zeven precies even dikke plakken gesneden. Hoeveel korst zit er aan het kontje vergeleken met een plak uit het midden?

a. Meer.
b. Evenveel.
c. Minder.

oplossing

1997

U hebt in een quiz 1000 gulden gewonnen. U mag het geld mee naar huis nemen of inzetten in het bekende kop-of-munt-spel. Bij kop wordt het bedrag verdubbeld. Bij munt krijgt u maar de helft. Wat is de juiste statistische redenering?

A. Een gokje kan best want de winstverwachting gaat er op vooruit.
B. Het is een zuivere gok want de winstverwachting blijft gelijk.
C. Zo'n gok is niet slim want de winstverwachting gaat er op achteruit.

oplossing

1998

Deze vraag heeft slechts één correct antwoord. Welk antwoord is dat?

a. Antwoord a of b.
b. Antwoord b of c.
c. Antwoord c.

oplossing

Een groenteboer zet ?s ochtends 200 kilo komkommers in kisten buiten. De komkommers bestaan voor 99 procent uit water. De groenteboer verkoopt die dag geen enkele komkommer. Aan het eind van de dag zijn de komkommers wat uitgedroogd en bestaan ze nog maar voor 98 procent uit water. Hoeveel kilo komkommers heeft hij dan over?

a. 100 kilo.
b. 196 kilo.
c. 197,77 kilo.

oplossing

2000

Een kroeg heeft 26 stamgasten. Hoe groot is de kans dat twee van de stamgasten op dezelfde dag jarig zijn?

a. 30 procent.
b. 60 procent.
c. 80 procent.

oplossing

Op een biljarttafel van 1 bij 2 meter ligt een biljartbal los van de band. Hij wordt zonder effect weggestoten en rolt vervolgens 3 meter. Hoeveel banden kunnen er maximaal zijn geraakt?

a. 4.
b. 5.
c. 6.

oplossing

2001
Je hebt twee identieke glazen, één met rode en één met witte wijn. Je doet een lepeltje rode bij de witte. Je roert en je doet dan één lepeltje van de vermengde wijn in de rode. Welke wijn heeft de hoogste graad van vermenging?

a. De 'rode' wijn
b. De 'witte' wijn
c. Beide dezelfde

oplossing

Je wilt een kabel strak om de maan spannen. Helaas is de kabel één meter te kort. Je besluit de hele kabel in een goot te leggen. Hoe diep moet die goot zijn?

a. Circa 1 meter.
b. Circa 16 centimeter.
c. Circa 1 millimeter.

oplossing

2002

Wat gebeurt er als seksueel normaal functionerende mensen seksfilms bekijken en tegelijk rekensommetjes te horen krijgen?

a. Dan vermindert de genitale opwinding, maar niet de subjectieve opwinding.
b. Dan vermindert de subjectieve opwinding, maar niet de genitale opwinding.
c. Dan vermindert noch de genitale opwinding, noch de subjectieve opwinding.

oplossing

Je hebt een boekje met een in aparte kaarten opgedeelde stadsplattegrond. De kaarten zijn 12 bij 20 centimeter. Als je een straat zoekt lijkt die vaker in de buurt van de rand van de kaart te liggen dan in het midden. Is dat toeval?

a. Nee, dat is geen toeval.
b. Ja, dat is toeval.
c. Dat hangt af van de overlap.

oplossing

Hoeveel stippen die alle even ver van elkaar af liggen kun je maximaal op een bol kwijt?

a. 3.
b. 4.
c. 6.

oplossing

2003

Hou een strook papier aan een uiteinde vast. Draai het andere uiteinde een halve slag. Plak de uiteinden aan elkaar. Je hebt nu een band van Möbius. Knip de band in de lengte doormidden. Knip het resultaat nogmaals in de lengte doormidden. Wat hou je over?

a. Vier banden.
b. Twee banden.
c. Eén band.

oplossing

Met een steekproef testen we de deelnemers aan de tiende Nationale Wetenschapsquiz op een verboden pepmiddel. Stel dat tien procent van de deelnemers het pepmiddel gebruikt. De test is slechts voor negentig procent zuiver. Eén deelnemer blijkt pep-positief. Hoe groot is de kans dat hij het pepmiddel daadwerkelijk heeft gebruikt?

a. Minder dan vijftig procent.
b. Vijftig procent.
c. Meer dan vijftig procent.

oplossing